Stichting Omroep Limburg
Programmaopdracht aan L1 vastgesteld in de Stichtingsraadvergadering d.d.
19-03-2007
De Stichtingsraad
(SR) van de Stichting Omroep Limburg stelt hierbij de navolgende
vijfjaarlijkse programmaopdracht vast zoals bedoeld in de
samenwerkingsovereenkomst van 1999 die ten grondslag ligt
aan het
functioneren van L1.
Preambule.
- Bij de
vervaardiging en de samenstelling van de programmering dient L1
primair te voldoen
aan de voorschriften
die de Mediawet voor regionale omroepen bevat op programmatisch
gebied, en aan de
nadere uitwerking daarvan in de statuten van de Stichting Omroep
Limburg.
- Bij de
vervaardiging en de samenstelling van de programmering laat L1 zich
vervolgens
leiden door het
Programmastatuut zoals dat door de SR is vastgesteld. Dit statuut
bevat de
algemene uitgangspunten voor
het programmabeleid en is als bijlage bij deze
programmaopdracht
gevoegd.
1. L1
dient te opereren als een onafhankelijke regionale omroep die de
publieke opdracht aanvaardt om in
hoofdzaak informatieve en
culturele programma’s te verzorgen ten behoeve van de inwoners van
de
provincie Limburg.
- L1 zorgt voor een breed
toegankelijk en herkenbaar aanbod door het uitzenden van
dagelijkse radio en
tv-programma’s en het verzorgen van Teletekst en
Internetprogramma’s.
- Het aanbod is
professioneel, informatief en onderhoudend.
- Het ondersteunt het functioneren van de democratie in de regio en
betrekt de
mediagebruiker bij het
maatschappelijk leven.
L1 dient daartoe
initiatieven te ontwikkelen voor debat op de podia van L1.
2.
Als
vertrekpunt van al zijn handelen, moet de omroep het creëren van
publieke waarde, opgesplitst in
democratische waarde, culturele en
creatieve waarde, sociale en gemeenschapswaarde, nemen.
3.
De
“tone of voice” is warm, sympathiek en betrokken, zonder dat afbreuk
wordt gedaan aan de kritische
functie van de journalistiek.
Sleutelbegrippen zijn originaliteit, creativiteit en innovatie.
In
de programmering wordt zoveel mogelijk opgeroepen tot
(inter)activiteit met kijkers luisteraars
en internetgebruikers.
4.
Als
hoofdfuncties van de publiek regionale omroep gelden de volgende
functies:
a. Verslaggever en duider van het Limburgse nieuws.
b. Publiek debat.
c. Cultuurpodium.
Ad a.
- De informatie dient pluriform en onafhankelijk verspreid te
worden.
- Het nieuws dient gevolgd te worden van Mesch tot Molenhoek.
Journalistiek dient er |
aandacht te zijn voor
alle gebieden in de provincie.
- Ook dient het nieuws voldoende geduid en verdiept te worden. Het
is belangrijk dat de
Limburgse ontwikkelingen in
een (maatschappelijke) context worden geplaatst. Een
dagelijks
actualiteitenprogramma op TV is dringend gewenst.
- Nieuws en sportnieuws behoren tot de kerntaak van alle media.
De journalistiek moet
niet teveel op ééndagsvliegen en incidenten drijven, doch juist de
context bloot leggen.
Daarbij mag de vorm niet zodanig zijn dat amuseren belangrijker
wordt dan informeren (info-tainment).
Ad b.
-
Het publieke debat over maatschappelijke onderwerpen dient actief
geëntameerd te worden in alle media.
Het is een algemeen publiek
belang dat in een tijd van globalisering de burgers op een bij hen
passende
schaal betrokken worden en blijven bij de discussie en
meningsvorming over maatschappelijke onderwerpen
in hun eigen regio.
Ad c.
- De omroep is ook initiërend door het stimuleren en produceren van
culturele producties.
De omroep moet een
platform zijn voor kunst- en cultuur in de provincie, met name de
kunst en cultuur die
sterk gelieerd is aan Limburg. De omroep zorgt voor variatie in de
cultuursegmenten en
voor variatie in (brede) doelgroepen. Door het bieden van een
platform draagt de
omroep bij aan de integratie van bevolkingsgroepen in de
samenleving. Bij dit
alles is de omroep zich bewust van de educatieve taak en geeft
daaraan ook invulling.
5.
Naast de hoofdfuncties van de publieke regionale omroep vervult deze
ook de
taak van
calamiteitenzender. In geval van calamiteiten is L1 radio het
medium dat
de bevolking moet
inlichten wat er te doen staat. Daarover zijn met de Provincie
en de gemeenten
afspraak gemaakt. L1 TV ondersteunt deze taak zoveel mogelijk.
6. L1
dient voor internet een meerjaren ontwikkelingsplan op te stellen
dat
voldoende elementen
bevat voor de daadwerkelijke verwezenlijking de komende jaren.
- L1 dient concreet beleid te ontwikkelen en te formuleren voor een
eventuele
ontwikkeling/introductie van User Generated Content. Daarbij dient
te worden
aangegeven binnen welke
randvoorwaarden de introductie zou kunnen
plaatsvinden. L1 dient
een professionele publieke omroep te blijven.
Het medium internet is een jonge mediavorm voor het vervullen
van de publieke functie
en zeer geschikt voor het bereiken van
speciale doelgroepen. Niet alleen jongeren kunnen daarmee goed
bereikt worden. Bijkomend voordeel is dat ook mensen buiten Limburg
bereikt worden, die geïnteresseerd
zijn in Limburg. De publieke
omroep is bij uitstek geschikt om internet (en andere moderne
communicatiediensten) voor een breed publiek te entameren.
Internet
biedt ook allerlei interactieve mogelijkheden.
Tot op heden is internet bij L1 gegroeid zonder noemenswaardige
investeringen.
Voor het behouden van de verkregen voorsprong en voor
de verdere ontwikkeling is het absoluut
noodzakelijk dat
substantieel geïnvesteerd gaat worden in internet.
7.
Bij de programmering dient ook gemikt te worden op de doelgroep 35+
zonder dat
zulks ten koste gaat
van het programmatisch bereik van de andere doelgroepen.
- Tevens dient voor de doelgroep jonger dan 35 gezocht te worden
naar
mogelijkheden deze te
bereiken, zonodig via andere (nieuwe) mediaplatforms.
- Ook dienen de
mogelijkheden voor de introductie van een aparte radiozender of een
themakanaal (op
internet) voor jongeren onderzocht te worden.
8. In
de programmering dient gestreefd te worden naar bundeling van de
reclamemomenten zodat
geen onderbreking van een programma (bijvoorbeeld het
weerbericht) plaats
heeft.
Onderkend wordt dat er spanning bestaat tussen een goede optimale
programmering
en het genereren van inkomsten uit reclame. In
bepaalde delen van ieder klokuur wordt de programmering
wel erg vaak
onderbroken door reclame. Reclame is een erkend zapmoment. De
gemiddelde kijktijd bij L1
TV wordt mede daardoor negatief
beïnvloed.
Een hogere kijkdichtheid is op den duur structureel beter voor L1
als zender en dus ook voor de inkomsten
uit reclame op langere
termijn. Door kijkers vast te houden stijgt ook het minimale
marktaandeel c.q. kijkdichtheid.
9.
Gezocht dient te worden naar een programmeringsmodel
waarbij het publiek minder de
indruk van
“herhalingen” krijgt (ook in de zomer) Het bestaande carrouselmodel
kan
mogelijk op een andere
manier beter ingevuld worden.
Herhalingen in de programmering op radio en tv zijn niet te
voorkomen en vormen zelfs op
onderdelen van de programmering een
essentieel onderdeel. Er moet echter voor
gewaakt worden dat de
mediaconsument de indruk krijgt dat L1 een herhaalzender is.
10. Teneinde de binding met het publiek en het draagvlak in de
samenleving te vergroten
dienen programma’s, die
zich daar voor lenen, op locatie gemaakt te worden. Daarbij
dient gelet te worden
op een goede spreiding over de provincie.
11. L1
dient te onderzoeken of er mogelijkheden zijn tot samenwerking te
komen met
publieke lokale
omroepen in Limburg. Verbreding van de programmering dient
daarbij een belangrijke
doelstelling te zijn.
De binding met de regio wordt daardoor bevorderd. Daarnaast
functioneren locale omroepen ook als
kweekvijver voor L1.
12.
L1 informeert de SR in een tijdig stadium over de plannen c.q.
planvorming met
betrekking tot zaken
als programmaformats, (mogelijke) samenwerking met derden, etc.
waarover in
ROOS-verband wordt gesproken - als deze plannen belangrijke gevolgen
hebben voor de
programmering van L1. Met tijdig wordt hier bedoeld dat de
informatie
wordt verstrekt op een
dusdanig tijdstip dat de SR desgewenst van zijn opvatting kan
laten blijken, voordat
in ROOS-verband een definitief standpunt wordt ingenomen.
13.
Het gebruik van het Limburgse dialect dient in de totale
programmering geïntegreerd te
worden.
- Tevens dient inhoudelijk aandacht besteed te worden aan het
Limburgs als streektaal.
14. Met uitzending van niet duidelijk aan de provincie Limburg
gerelateerde programma’s
dient zeer terughoudend
te worden omgegaan. De programmering is over het algemeen
breed met een hoog
Limburgs gehalte.
15. L1
dient deel te nemen aan het continue kijk- en luisteronderzoek van
KLO teneinde
toetsing mogelijk te
maken of L1 voldoende publiek bereikt.
- Ook dient regelmatig de maat genomen te worden van de kwaliteit
van programma-
aanbod en
programma-inhoud.
Naast de eigen verantwoordelijkheid van de Stichting Omroep Limburg
in zijn algemeenheid
en de SR in het bijzonder dient L1 een voorstel
voor een standaard te ontwikkelen, zodat jaarlijks
het publiek op
dezelfde wijze kan worden ondervraagd over de kwaliteit van
programma’s op radio,
TV en internet.
16. L1
dient de SR met voldoende regelmaat te informeren over de inhoud van
de
interactie tussen
omroep en publiek. De SR dient voldoende inzicht te krijgen in
de aard en de inhoud
van klachten, complimenten, vragen of opmerkingen van
het publiek naar
aanleiding van de programma’s.
Daarbij dient L1 in het oog te houden dat het de statutaire taak van
de SR is
alle wensen, klachten en opmerkingen betreffende het
programmabeleid komende vanuit
instellingen, groeperingen of
individuen te onderzoeken en daarover te rapporteren en te
adviseren
aan de hoofdredacteur.
|